Zwinvlakte

woensdag, 27 juli, 2016

Het Zwin is niet alleen een ideaal broedgebied voor veel soorten het is ook de favoriete bestemming voor heel wat trekvogels die de kustlijn volgen.
Het Zwin is dan ook een belangrijke tussenstop op hun lange reis. Jaarlijks landen er in het Zwin zo’n vele duizenden vogels om er te broeden, te overwinteren of naar voedsel te zoeken.
Als je van op de dijk kijkt naar het natuurreservaat, zie je heel wat vogels. Dit is slechts een momentopname, want in het Zwin is het een voortdurend komen en gaan.
Het natuurreservaat is immers een belangrijke 'stapsteen' voor trekvogels. In het voorjaar keren veel vogels uit hun overwinteringsgebied in het verre zuiden terug naar hun broedgebieden in het noorden; in het najaar gaat de reis in omgekeerde richting.
Heel wat soorten volgen de kustlijnen en maken van riviermondingen en andere natuurgebieden gebruik als rust- en voedselplaats. Het is net als bij vliegtuigen die tijdens een lange afstandsvlucht moeten bijtanken op een luchthaven.  Als je bedenkt dat heel wat vogelsoorten op vaste tijdstippen in het Zwin neerstrijken - wilde ganzen komen bijvoorbeeld jaarlijks eind oktober, begin november aan - dan kan je de vergelijking met vliegtuigen en hun aankomst- en vertrektijden perfect verder doortrekken. Het gebied is dan ook een echte  ‘Internationale luchthaven voor vogels’!

Het natuurgebied is grensoverschrijdend over Vlaanderen en Nederland. Ongeveer driekwart (125 hectare) van de totale oppervlakte (158 hectare) van het natuurreservaat ligt op Belgisch grondgebied (Knokke-Heist); een kwart hiervan (ongeveer 33 hectare) op Nederlands gebied (Cadzand-Bad).
Met een kustlengte van ongeveer 2,3 km is het natuurgebied ingesloten door duinen en een hoge dijk. De Internationale dijk, die in 1872 werd aangelegd, heeft een natuurlijke bres in de duinenrij over een lengte van ongeveer 250 m. Via deze zee-inham en de zwingeul  komt bij elke vloed een grote hoeveelheid water uit de Noordzee het natuurreservaat binnengestroomd. De hoeveelheid is afhankelijk van de hoogte van het getij en van de windrichting. Bij eb trekt het water zich terug. Daarom noemen we het Zwin een intergetijdengebied.
De zwingeul vertakt zich in het gebied in kleinere kreken, via dewelke het zoute water zich in het natuurgebied verspreidt.

Door de dagelijkse invloed van het zoute zeewater bezit het natuurgebied een buitengewone fauna en flora die elders aan de Belgische kust nauwelijks nog te vinden zijn.
Het zoute water zorgt voor heel bijzondere omstandigheden en creëert een unieke biotoop: de slikken en schorren.
In de bodem van de slikken leven duizenden wormen, slakken en tweekleppigen, voedsel voor een bonte verzameling vogels.
Soorten die bijna altijd te zien zijn de Aalscholver, Ooievaar, Wulp, Scholekster, Tureluur, Grauwe gans en nog teveel om op te noemen.