Philips de Goede (1419-1467)

Philips de Goede, (°1396 + 1467) was hertog van Bourgondië en Franche-Comté, États de pardeça, of landen van herwaerts en landsheer van Vlaanderen, Brabant, Namen , Limburg, Holland en Zeeland, Etats de par-dela of landen van derwaerts. Hij legde de basis van de natievorming in de Nederlanden. 
Omdat de Koning zijn vader had vermoord, moest hij voortaan geen leenhulde brengen aan de Franse kroon en werd hij Prins van zijn vorstendom. 
In 1439 tekenden de Hertog en de Engelsen een handelsverdrag over het vrij verkeer van goederen tussen hun landen. 

Door een huwelijkspolitiek waren de betrekkingen met de Duitse staten goed. 
Die gunstige internationale politiek werd de basis voor de welvaart in zijn rijk. 
De productie van lakens van grote kwaliteit, geweven met Engelse wol, kende een grote bloei rond 1422. Eeklo exporteerde wollen lakens naar Duitsland en verder naar Centraal- en Oost- Europa. Daarna verminderde de export geleidelijk, maar met een positieve piek in 1465 na de nieuwe Gentse oorlogen. 
Gent, weer eens in opstand, werd verslagen bij de Slag van Moerbeke (1452) en van Gavere (1453), waardoor de Fiere Stad vele privilegiën verloor. 
Eeklo, eerder Gentsgezind, had veel te lijden van plundertochten van de Picardiers onder leiding van Jacques de Lalaing, gunsteling van de Hertog. 
Menig Eeklonaar nam de vlucht vooral naar Damme. Op het einde van het jaar kwam de Burgemeester terug en eiste de terugkeer van alle keurbroeders. 
Zij die niet terugkwamen moesten een recht van Issuwe betalen, zijnde een belasting op onroerend goed wanneer een Keurbroeder de Stad verliet. 

Onder de achterblijvers zoals de familie Luppins, waaronder Jan I Luppins (1), verkozen in Damme te blijven. Volgens een notule in de Stadsrekening van Eeklo van 1451-52, betaalde hij een belasting op zijn onroerende bezittingen van ongeveer 10 % als yssuwe voor vervremde. Gezien de som maar drie Parijse ponden waren, was hij blijkbaar geen vermogend man wat onroerend goed betreft. 
Er heerste uiteraard een grote inflatie door de vele verwoestingen van boerderijen en landbouwgrond tijdens de vorige decennia. 

In 1457 bezocht de Hertog Eeklo en hij herstelde de Magistraat. In 1464 werden de Staten-Generaal voor het eerst samengeroepen in Brugge. Geleidelijk aan zouden alle gewesten van 'Der' deelnemen aan deze instelling, de politieke tegenspeler van de centralistische vorst. 
Met grootse feestelijkheden herbevestigde Philips de Goede de Keure van Eeklo in 1465. 
Het jaar daarop overleed de Hertog. In 1473 werden zijn overblijfselen van Brugge naar Dijon overgebracht. De lijkstoet, vergezeld van zoon Karel de Stoute, hield halt in Eeklo. Zo maakte de toekomstige Hertog Karel kennis met de Stad en met de keurbroeders. Vanaf die tijd steeg de welvaart van Eeklo ten gevolge van een bloeiende textielnijverheid, minder belast dan in de grote steden. 
De uitgeweken Keurbroeders keerden terug naar Eeklo. In enkele aantekeningen van de Eeklose stadsrekening van 1463-64 fungeerde Jan I Luppins (1) als bemiddelaar in de
verkoop van onroerend goed.