Maurice Lippens

De enige die de grote Lippensdroom kon voortzetten, was Léopolds broer Maurice.
Maurice kreeg van thuis uit evenwel weinig zakelijke prikkels mee en was aanvankelijk erg bedeesd en stijf. 
En toch moest hij het maken. De familie Lippens leverde sinds het begin van de 20ste eeuw een reeks commissarissen bij de Generale Bank. 
Ze vertegenwoordigden de belangrijkste aandeelhouders en traden op als waakhonden van de raden van bestuur. 
Philippe Lippens, de beminnelijke oom van Maurice, was de laatste commissaris. 
Het stond in de sterren geschreven dat Maurice de hoge zakenpieten uit zijn familie zou opvolgen. 

Hij studeerde rechten en trok daarna naar Zuid-Afrika voor de Maatschappij voor de Zeevisserij en deed ook stage bij de bank Parisbas. 
Tijdens zijn legerdienst vloog hij in een strafbataljon. Hij werd beschuldigd van cryptocommunisme (verdoken aanhanger van het communisme) omdat hij gelachen had met het beeld dat zijn oversten van 'de vijand' hadden opgehangen. 
Alles kwam toch goed: hij werd reserveofficier. Hij behaalde in 1972 zijn MBA- diploma aan de Amerikaanse Harvard Business School. Waarna hij een bedrijf in elektronica-apparatuur leidde.
Pas op 38- jarige leeftijd stapte Maurice in het hoger zakenleven. 
Hij werd geroepen door zijn oom Philippe om bij Assurances Générales als bestuurder binnen te stappen.
Maurice Lippens haatte het financiële establishment dat de scepter zwaaide bij AG. Op vergaderingen praten ze enkel over hun jachtpartijen, kastelen en het snoeien van bomen. 
Er wordt nooit iets beslist, zo liet hij zich eerder ontvallen. Volgens sommigen zijn dergelijke uitspraken maar een pose. 
Hij presenteert zichzelf graag als een buitenbeentje, dat al vechtend de top heeft bereikt. In werkelijkheid heeft hij zijn positie te danken aan het eeuwenoude 'familiewerk'. 
En nog: imagogewijs was zijn zogezegde afkeer van het vermolmde establishment mooi meegenomen, want zo aanvaardde het volk hem als de redder des vaderlands.
Vergeten we niet dat Maurice en Léopold Lippens trouwden met twee adellijke zussen: Kathleen en Patricia Matthieu de Wynendaele, 'toevallig' de dochters van bankier Jacques die: in de kringen van de Generale terug te vinden was.