Lippens wil dat er een einde komt aan de visserijoorlog

maandag, 27 februari, 2006

Zoals de traditie het wil, wordt op carnavalszondag de Vissershulde gehouden in Heist, Knokke-Heist en Brugge. Noordzeeminister Landuyt en tal van verenigingen legden gisterenochtend kransen neer aan het Heistse Vissersmonument. 
Ook de familie Vlietinck legde een krans in naam van de drie vissers die in december vergingen op de Z122 Noordster.

Na de hulde geeft burgemeester Leopold Lippens naar goede gewoonte ook zijn toespraak voor de reders en vissers van de Oostkust. Voor het eerste gebeurde die speech in het gemeentehuis, omdat de vissersschool vorige zomer dicht ging en volledig naar Oostende verhuisde. 
Na de sluiting blijft de Heistse vissersgemeenschap verweesd achter, zegt Lippens. 
De navelstreng tussen school en oud-leerlingen is doorgeknipt. 
Als ik hoor dat de leerlingen nu ongewassen naar Heist moeten terugsporen, dan vind ik dat de Oostendse stiefmoeder zich weinig bekommert om haar geadopteerd visserskind. 
Met overheidsgeld worden door de Koningin der Badsteden voorschotten op brandstof en tussenkomsten in havenrechten bekostigd, met als enige bedoeling de Zeebrugse vismijn de loef af te steken, gaat Lippens verder.

Het in stand houden van de visserijoorlog tussen Zeebrugge en Oostende is niet de aangewezen tactiek. 
We moeten samen een beleid uitstippelen dat alle Belgische vissers ten goede komt. 
Tot nu toe zijn al onze suggesties in dovemans oren gevallen. 
Zonder gemeenschappelijk lange termijn visie, is de Belgische vissersvloot gedoemd uit te sterven. 
Maar laten we niet al te pessimistisch zijn. 
Mogelijk biedt het nieuwe Vlaamse beleidsplan een uitzicht in deze moeilijke dagen, aldus Lippens.