Hoe Knokke ontstond.

Knokke ontstond waarschijnlijk in de 13e eeuw na inpolderingen. Visserij was vroeger de belangrijkste bron van inkomsten in Knokke.
Aan het einde van de 19e eeuw kwam het toerisme op onder aanvoering van de families Lippens en Van Bunnen.

De bevolking groeide daardoor aanzienlijk. Aanvankelijk omvatte de dorpskom van Knokke, evenals die van de meeste parochies van het Noorden, een gering aantal woningen rond de kerk.Vanaf het midden van de 17de eeuw vestigden zich talrijke personen in de duinpannen ten noorden van het Kalf, een landelijke herberg die al in 1637 vermeld wordt.
De oudst bekende molen werkte in de wijk het (rode) Kalf.
Ca. 1700 telde de wijk rond de kerk ca. 15 woningen; deze stonden in de noordwesthoek van de Papenpolder en aan de noordzijde van de Duinenweg (De Judestraat), en in de uiterste zuidwesthoek van het waterschap dat de Zoute Polder heette.
De westzijde van de genoemde watering grensde aan de duinen, die later aan Serweytens behoorden.
De zuidgrens bestond uit de Duinenweg; de zuidoostzijde uit de wegel die door het golfterrein naar het Paulusfort loopt (Caddyspad).
Aan de oostzijde lag de Zandplaat (Zwinbosjes) en aan de noordzijde de zeeoever.
Hoewel het boven omschreven gewest, volgens de oorkonde van 1426 aan de eigenaars van het Hazegras toekwam, had de Staat de bedoelde gronden allang ingepalmd.
Het was de gewoonte dat de hoofdman van Knokke deze gronden globaal in pacht nam ten behoeve van de dorpsbewoners, die elk een paar koeien in de pannen lieten grazen, daar waren drinkputten aangelegd voor het vee.