De verdere evolutie van Heist.

Onder het beleid van burgemeester Nikolaas Mengé werd de badplaats verder uitgebouwd, aanvankelijk schoof de bebouwing naar het Sas toe vooruit, maar de verkaveling vorderde ook oostwaarts, zodra de familie Serweyter is in 1873 een stuk duinengrond, in de omgeving van de O.-L.-Vrouwkapel, verkocht aan de “Compagnie Immobilière de Heyst”.
Door die grond trok men de O.-L.-Vrouw-, de Prins Albert-, de Prins Boudewijnstraat en de Ursellaan.
In die wijk verrezen talrijke villa's en hotels, o.m. het Hotel des Bains.

In de eigenlijke dorpskom aan de zuidzijde van de spoorweg werden veel oude huizen omgebouwd tot hotels, herbergen en winkels. In 1878 stichtte men te Heist de schuttersvereniging Duinengalm.
In 1882 legde de gemeente een marktplein aan.
In 1887 werd het eerste carnavalsfeest vermeld, van dan af zette burgemeester Leopold Desutter zich in om Heist verder tot een badstad uit te bouwen.
Hij deed de verkavelingen vorderen in de volgende wijken: rond de kerk, aan de westkant van de badstad, ten zuiden van de Kerkstraat, ten oosten van de Kursaalstraat.
Het Schuldhof (vroeger Schuttershof) dat een krottenwijk vormde, werd in 1889 verkaveld.
In 1889 bouwde de gemeente een slachthuis en wegens het toenemend aantal vreemdelingen werd in 1887 een politiecommissariaat ingericht.
Dank zij de steun van de regering en de goede werking van de pensioenkas, geraakte de Heistse visserij er boven op.
Op het strand lagen een groot aantal schuiten met een platte bodem, deze werden te Heist getimmerd.
Daar de bewoners van het Westdorp meer en meer hun huizen tot toeristenverblijven omvormden, waren de vissers verplicht om te gaan wonen in de nieuwe verkavelingen ten oosten van de Kursaalstraat.
In die wijk vestigde men de verwerking en de verhandeling van de visvangst.
In 1902 maakte de staat plannen om de stenen dijk oostwaarts door te trekken.
De gemeente vroeg om voor de 60 Heistse sloepen een schuilhaven (tussen Heist en Duinbergen) aan te leggen. Dit plan verviel omdat men te Zeebrugge een vissershaven bouwde.
Ook te Heist woedde de schoolstrijd van 1879-1884. Daaruit kwam uiteraard een dubbel onderwijsnet voort: gemeentelijke en vrije scholen. In de volgende jaren groeide het aantal leerlingen zienderogen, de gemeente kocht een perceel in de Pannenstraat en bouwde daar in 1899 een nieuwe en grotere school.
De zusters kochten de oude gemeenteschool in de Kursaalstraat, en breidden vervolgens hun meisjesschool uit.
In 1902 vestigden Broeders Xaverianen een jongensschool in de Kerkstraat.
In 1894 werd de steenweg naar de herberg België aangelegd, en in 1893 naar Westkapelle doorgetrokken.
In 1879 huldigde men het Stadhuis in.
Vanaf 1898 werden de straten van Heist niet langer met petroleum, maar met elektriciteit verlicht.
Net voor de aanvang van de 20ste eeuw slaagde Heist erin om een groots saneringsplan uit te voeren:
- in 1899 de riolering van de meeste straten
- in 1902 werden het sas en de Hoge Duinen bij Heist gevoegd.
Ondertussen merkten de Heistenaars al enige tijd dat hun westelijk strand aan ontzanding leed.
Heist groeide uit van vissersdorp tot badplaats. De oorspronkelijke naam is Coudekercke.
Het toerisme kwam begin 20ste eeuw op gang. Dit had onder meer tot gevolg dat na de Tweede Wereldoorlog grote infrastructuurwerken werden verricht.
Zo werd bijvoorbeeld de spoorlijn naar het zuiden verlegd (van het huidige Heldenplein tot op het einde van de Bondgenotenlaan).
Het nieuwe station werd in 1951 in gebruik genomen. Dit alles heeft het uitzicht van de badplaats grondig veranderd.
Zo rest op de zeedijk bijvoorbeeld praktisch geen enkel gebouw meer uit de begindagen van de badplaats.
(Eén van de laatste overblijvende gebouwen, het zogenaamde Hotel Bristol, uit 1927, werd in 2006 gesloopt)
Heist was tot 1971 een zelfstandige gemeente. Heist werd opgenomen in de nieuwe fusiegemeente Knokke-Heist. Heist telt bijna 13000 inwoners.