De opkomst van het strandtoerisme.

Tussen Heist en Knokke strekte zich een lang en breed duinenlandschap uit dat aan de Domeinen behoorde.
Dit gewest was gedeeltelijk begroeid. Het werd verpacht als grasland en heette het Pastuur (grasland).
In 1820 verkocht de Staat het Pastuur aan particulieren.
In 1855 slaagde Charles Serweytens de Merckx uit St.-Pieters-op-de-Dijk erin om het gehele Pastuur te kopen. De westgrens bestond uit een lijn die vertrok uit de herberg Oosthinder op de hoek van de huidige Garnaalstraat te Heist, de oostgrens lag ca. 100 m ten westen van de huidige Lippenslaan, het Pastuur bezat ook waarde als jachtterrein.
De kleine bouwvallige kerk van Heist kon de toeristen en de arbeiders van de zeewerken niet meer bevatten.
Daar Heist ca. 1860 op weg bleek te zijn om de derde badstad van het land te worden, ijverde de pastoor om een groter kerkgebouw te verkrijgen .
In 1868 werd van Blankenberge uit de spoorweg op de Graaf Jansdijk naar Heist aangelegd.
Men bouwde het eerste station even ten noordoosten van het Oostdorp op de duinen van Serweytens.
Het station werd op 12 juli 1868 ingehuldigd.
Daarna rezen nog meer toeristenverblijven op langs de zeeoever en in de dorpskom.