Casinogeschiedenis

Ontstaan Albertstrand

Een beknopte weergave maken van de geschiedenis van het Casino is geen koud kunstje. Niet dat dit historisch overzicht zo ingewikkeld is, maar het dient gesitueerd te worden in een veel ruimer kader, namelijk het ontstaan van het zgn. “Albertstrand”.

Tijdens de winter van 1921-1922 wordt de zeedijk die de gemeente Duinbergen met die van Knokke verbindt, over meer dan een vierde van zijn lengte door een geweldige storm vernield. Het verwoeste terrein, eigendom van de vennootschap “Knokke-Heist-Uitbreiding”, verliest zijn waarde en bijgevolg de belangstelling van de aandeelhouders.
In 1922 verwerft de Antwerpse senator en industrieel Joseph Nellens alle aandelen van de vennootschap en wordt eigenaar van een terrein van 220 hectaren, gelegen tussen Duinbergen en Knokke.
Om het bouwen aan te moedigen, zoekt de zakenman een breed zandstrand aan te leggen. Hiervoor stelt hij het Ministerie van Openbare Werken voor de niet beschadigde delen van de dijk af te breken en 100 meter landinwaarts een nieuwe dijk te bouwen. Hij staat ongeveer 20 ha af aan de Staat. De dijkwerken lopen ten einde in 1925 en een nieuw strand ontstaat : het Albertstrand. De eerste fase is beëindigd.

Vervolgens, en na overeenkomst met de Gemeentelijk Overheid, besluit Joseph Nellens over te gaan tot het oprichten van een Casino. 
Het Casino van Knokke kent een ingewikkelde bouwgeschiedenis, uitgaande van het wedstrijd- en definitief ontwerp van Léon Stynen, over de restauratie en aanpassingen door Stynen zelf -na de verwoestingen tijdens de Tweede Wereldoorlog-, heen, tot de latere verbouwing- en herinrichtingwerken. 

In 1928 start Léon Stynen met de werktekeningen. Jozef Nellens duidt twee oudere vakgenoten aan om de nog jonge architect bij te staan bij de uitvoering, met name de Antwerpse bouwmeesters J. Van Hoenacker en F. Dens; toch houdt Léon Stynen de vrije hand in het concept.

Bouw van het casino

In oktober 1929 starten de werken door aannemer Frans Desmidt (1882-1944), toenmalig burgemeester van Knokke. 
Het Casino wordt in een recordtempo gebouwd. De eerste steenlegging grijpt plaats op 25 januari 1930, in het bijzijn van vele officiëlen, meter mevr. Van der Meerschen, burgemeester Desmidt én de (inter)nationale pers. Een equipe van 120 werklieden moet ervoor zorgen dat alles klaar is tegen het zomerseizoen. In alle haast stort, door het te vroeg wegnemen van steunen, een gedeelte van het dak van de speelzaal neer. Niettemin volgt op 5 juli 1930 reeds de officiële opening van het "Casino-Kursaal te Knocke-Albertstrand" met een groot galaconcert onder leiding van Karel Candael.

Na het overlijden van Jozef Nellens wordt hij in 1934 opgevolgd door zijn zoon Gustave Nellens (1907-1971), doctor in de rechten. 
Onder zijn leiding komt het Casino tot bloei. In de jaren 1930 blijft het vier maand per jaar geopend, tijdens het zomerseizoen; de bezoekers verblijven vooral in hotels.
Het Casino is een mondaine aangelegenheid, met verplichte avondkledij, in de namiddag "thé-dansant", en 's avonds cabaret, opera, concerten en recitals. Alle toenmalige grote vedetten staan op het programma, o.m. Ray Ventura, Josephine Baker, Maurice Chevalier, Edith Piaf, Arthur Rubinstein, enz.

Directeur John Verhulst zorgt reeds in 1938 voor een eerste retrospectieve tentoonstelling met werk van de eind 19de-eeuwse z.g. "School van Knokke", rond de centrale figuur van Alfred Verwee.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog wordt de zeedijk van Knokke opgenomen in de z.g. Atlantikwall; het Casino wordt gedeeltelijk bezet en zwaar beschadigd door beschietingen. 
De Duitsers leggen beslag op de grote feestzaal voor "Kraft durch Freude", de ontspanning voor de Wehrmacht. In 1943 wordt het Casino gecamoufleerd als bunker met een houten kanon doorheen de centrale glaswand van de noordgevel. Nog andere glaspartijen sneuvelen doordat de bezetter op het strand alle aangespoelde zeemijnen doet springen. 
Ook bij de bevrijding door de Canadese troepen in 1944 loopt het gebouw schade op, namelijk aan de zuidgevel en het dak.

Heropening 1947

Na de restauratie en aanpassingen onder leiding van Léon Stynen (o.m. aanbrengen van een kroonlijst en heruitvoer van de gevelbekleding) heropent het Casino in 1947 met het Eerste Zomerfestival. 
Onder de dynamische leiding van Gustave Nellens groeit het Casino in de jaren 1950-1960 uit tot "Cultuurtempel van de Vlaamse kust". 
Vanaf 1949 worden jaarlijks grote zomertentoonstellingen gehouden, zo o.m. van P. Picasso, H. Matisse, M. Ernst, R. Dufy, S. Dali, M. Chagall, R. Magritte, O. Zadkine ; ook van kunstenaars die pas later naam zouden maken, zoals o.m. J. Beuys, Panamarenko, A. Warhol, R. Rauschenberg. 
Optredens van gerenommeerde artiesten blijven zorgen voor hoogstaande manifestaties en een enorme uitstraling van het Casino : Frank Sinatra, G. Brassens, N. King Cole, J. Brel, R. Charles, E. Fitzgerald, M. Dietrich, enz. In de rotonde- of kleine speelzaal komt in 1952 een monumentale Venetiaanse kroonluchter naar ontwerp van Jozef Selis. 

In 1953 wordt in dezelfde ruimte de bekende 72 meter lange muurschildering "Het Betoverend Domein" van René Magritte gerealiseerd.
In 1954-1955 gebeuren, zonder dat Léon Stynen wordt gecontacteerd, zeer ingrijpende verbouwing- en herinrichtingwerken aan het Casino onder leiding van de Brusselse architect Louis Govaerts, die afbreuk doen aan de modernistische vormgeving van zowel exterieur als interieur. 
De gevels krijgen een witte bepleistering en worden voorzien van plinten en vensteromlijstingen in Franse witsteen. 
Hiervoor wordt de oorspronkelijke bekleding met keramiektegels verwijderd, dit na vaststelling van waterinsijpeling via scheurtjes tussen de tegels, ontstaan door uitzetting en inkrimping, en van vochtige plekken door onvoldoende waterverdamping achter de tegels.

Tevens worden zwaardere pilasters tussen de glaspartijen verwerkt, waardoor de transparantie, van belang in het modernistische ontwerp, enigszins verloren gaat.

Er komt een "New Orleans" nachtclub en een disco "Number One" ten oosten en westen van de inkompartij. 
Waar eens de toneelzaal moest komen, wordt aan de zuidzijde de z.g. "Vlaamse Zaal" ingericht. In 1962 worden in de grote speelzaal wandtapijten van Jean Lurçat gehangen.

In de jaren 1960 komt onder impuls van het Casino en door de toenemende mobiliteit het wintertoerisme op gang; bijgevolg zal het Casino dan ook het hele jaar door uitgebaat worden. Behalve balletten, concerten en poëzieavonden, worden vanaf dan ook filmfestivals, studentenbal en televisieoptredens georganiseerd.

Eind april 1970 keurt de Knokse gemeenteraad de nieuwe overeenkomst met het Casino goed om de concessie te verlengen tot 31 december 1990, dit na lange discussie tussen enerzijds de vennootschappen S.I.K.B. ("Société Immobilière Knocke Balnéaire") en E.C.K. ("Exploitatiemaatschappij Casino Knokke") met beheerder en afgevaardigde respectievelijk Gustave en zoon Jacques Nellens, en anderzijds de gemeente als eigenaar (pas definitief in 1973).

 

De gebroeders Nellens

De zonen Jacques en Roger Nellens nemen na het overlijden van hun vader in 1971 de algemene leiding van het Casino over. 
In 1971 breidt Jacques Nellens de activiteiten verder uit. 
Hij vernieuwt het gebouw in 1972 om het veelzijdiger te maken en aan te passen aan de nieuwe noden van de congresorganisatoren.
Om het Casino-imago eer aan te doen, besloot de Directie in 1987 een aantal verfraaiingswerken te laten uitvoeren, buiten de contractuele verplichtingen t.o.v. de Gemeente. 
De totale kosten voor deze verbouwingswerken bedroegen ± 80 miljoen BEF.
Er is een aanbesteding voor verbouwingswerken door de architecten Léon Stynen en P. De Meyer (Antwerpen), maar de uiteindelijke uitvoering gebeurt onder leiding van architecten D. Sandra (Kortrijk) en R. Debrock (Knokke). Zo krijgt o.m. de noordgevel een nieuwe vensterverdeling, de zuidgevel (aan de westelijke hoek) een ander uitzicht. Ook het interieur, voornamelijk de grote feestzaal en de hal, wordt aangepast.

De legendarische reis

Sinds mei 1983 siert het grote doek "De legendarische reis" van Paul Delvaux, de oostkant van de boven-hall, gemaakt in 1974 in opdracht van Jacques Nellens voor het Casino van Chaudfontaine, en na opzegging van de concessie aldaar, overgebracht naar het Casino te Knokke. 

In 1987 komt er dan een derde muurschildering, namelijk van de Amerikaanse kunstenaar Keith Haring, ditmaal aan de trappenzone in de boven-hall.
Het huidige exterieur is voornamelijk resultaat van de meer "klassieke" aanpak van architect Louis Govaerts bij de verbouwingen van 1954-1955. 
De voorheen opvallende constructieve karakteristieken (betonbouw, staal en glas) en de zuivere lijnvoering zijn hierdoor verdwenen.
Betonskelet met eenvoudige bakstenen gevels, voorheen bekleed met keramiektegels : grijze voor de parementen, donkere voor de plint. 

Na de verbouwing van 1954-1955 hebben de gevels een bekleding bestaande uit witte cementbepleistering met gebruik van Franse witsteen voor o.m. plinten en vensteromlijstingen.
De zee gerichte of noordgevel is nog steeds symmetrisch zoals oorspronkelijk ontworpen, enkel een later gebouwd hoekvolume aan de oostzijde doet hier afbreuk aan. 
De drielobbige bovenbouw is voorheen meer opengewerkt door drie reusachtige gebogen glasvlakken in spiegelruit, bedoeld om de grens tussen binnen en buiten op te heffen en het gebouw een zo groot mogelijke transparantie te geven. De huidige muurdammen en verticale vensterverdeling zijn resultaat van de verbouwingen in respectievelijk 1954-1955 en 1971-1972. 
Een zware stenen balustrade vervangt de vroegere metalen buisleuning.

In de winter van 1992-1993 werd het binnen gebouw in een nieuw kleedje gestoken. Muurbekleding en nieuw tapijt werden aangebracht in de Kroonluchterhall, de Grote Feestzaal, de Keith Haring Hall en het Ambassadeurssalon. 
In de G. Nellenszalen werd gekozen voor een crèmekleurige kunststofvloer met zijdeglans, vervaardigd uit polyurethaan. 
Deze keuze werd bewust gemaakt omdat tapijt met of zonder motieven het harmonisch geheel van kunstwerken in een kunstgalerij kan verstoren. 
Ook de buitenkant van het Casino kreeg een volledige onderhoudsbeurt.
In 2003 wordt de Magrittezaal beschermd als monument bij ministerieel besluit.
Sinds september 1995 maakt het Casino Knokke deel uit van de Groep Partouche, leider van de spelsector in Frankrijk. Later zal Partouche zijn concessie verkopen aan Napoleon Games.

Staf Knop

Eén van de personen, die heeft bijgedragen aan het tot stand komen van de hoogstaande culturele activiteiten en hiermee het casino Knokke haar glorieperiode bezorgde is ongetwijfeld artistiek directeur Staf Knop. Een beknopte weergave van de carrière van deze sympathieke persoon, mocht hier zeker niet ontbreken.
Zijn laatste boek "Ik herriner mij" is juist vershenen en te koop in de beter boekhandel. Bij Garant Uitgevers is een opmerkelijk boek van Staf Knop (9O) verschenen. 
De oud artistiek directeur van het Casino van Knokke vertelt er over zijn tijd in de gloriejaren van de zaal, toen wereldsterren als Mireille Mathieu, Gilbert Bécaud en Elton John er op de planken stonden.
" lk mocht die mensen allemaal tot mijn vriendenkring rekenen. Ze wisten dat ze op Mij konden rekenen ", vertelt Knop, die al veertig jaar in de badstad woont.

Legendarische duizendpoot Staf Knop heeft zijn eerste boek klaar. Het is te zeggen: het is eigenlijk al zijn vijftiende boek, maar pas het eerste die echt zijn weg vindt naar de boekhandel. 
«lk heb alle uitgeverijen aangeschreven, maar ze zitten niet te wachten op een boek van een 90-jarige. Het maakt me toch trots dat het nu gelukt is. 
Maar mijn droom is om mijn hele autobiografie ooit op de markt te brengen», zegt Knop.

Knop presenteerde in de jaren vijftig en zestig televisieprogramma's, zat in jury's van internationale variétéwedstrijden en schreef als journalist voor deze kranttalrijke stukken over Cultuur en showbizz.
Hij schreef ook toneelstukken, waarvan sommige zelfs opgevoerd werden in Amsterdam, Napels en Sydney. 
Maar daar gaat het in zijn boek 'Ik herinner me' niet over. Hij beschrijft er vooral de periodetussen 1972 en 1986 als artistiek directeur van het Casino van Knokke. 
Een glorietijd, want hij wist tal van wereldsterren naar de badstad te halen. 
Van Marlène Dietrich tot Charles Aznavour, van Audrey Hepburn tot de jonge Johnny Halliday.

Staf Knop en Charles Trenet.

De 94-jarige Staf Knop is een artistieke duizendpoot. Hij was achtereenvolgens film- en kunstcriticus, schreef een dertigtal toneelstukken en bovendien schreef hij scenario's voor film en televisie. 
Staf is het meest trots op zijn artistieke leiding van het Casino van Knokke. 
Een terugblik vanuit het mythische hotel La Résèrve. "Ik dacht het publiek houdt nog van zijn liedjes, ik nodig hem uit".
'Enkele weken later vroeg Charles Trenet of hij opnieuw mocht optreden in het Casino van Knokke. 
Dit keer vroeg hij 2 miljoen Belgische frank, een limousine en een suite in het hotel'

Wereldsterren

«lk kende veel van die artiesten van mijn werk als journalist. Het waren nog echte wereldsterren. Toen ze op de luchthaven toekwamen, werden hun knopen van hun vest van hun lijf gerukt, herinnert Staf Knop zich. In zijn boek beschrijft hij anekdotes over die glorietijd. Zo gaat hij dieper in op de lancering van Elton John, die in Knokke voor het eerst naam maakte. 
«De toenmalige BRT was op zoek naar een kandidaat voor het internationaal concours De Gulden Zeezwaluw. Ik zat samen met het hoofd van de BBC en van de BRT in de bar van La Réserve, toen de man van de BBC de naam Elton John lanceerde. In de jury leerde ik dat Jong kadeeke achter zijn piano kennen. De BRT won prompt dat concours, iets wat hen nooit meer zou lukken.»

Elk jaar kwam de Italiaanse zanger Tino Rossi drie keer op vakantie naar Knokke en als Staf Knop naar Parijs trok, werd hij er de gast van Rossi. 
«Er is geen restaurant in Parijs dat ik niet ken. Tino Rossi nam me overal mee naartoe. Ik kon hem ook tot mijn vriendenkring rekenen.» 
Maar zijn allerbeste vriend was toch Charles Aznavour. «Een gentleman. Iemand met een présence om u tegen te zeggen.»

Prins Alexander

De geboren Brusselaar die bij deze krant de naam kreeg van glimlachende observator, kijkt met weemoed terug op de lang vervlogen tijden. 
«Toen deed ik mijn smoking alleen af om te gaan slapen. Als je vandaag naar concerten gaat, loopt iedereen er in vodden rond. Daar kan ik moeilijk mee leven. 
We hebben ooit prins Alexander de toegang tot het Casino ontzegd, omdat hij geen smoking aan had. Dat is nu bijna ondenkbaar»
Knop heeft ook geen affiniteit meer met het huidige Casino. “Sinds ik met pensioen ben gegaan, heb ik er geen voet meer binnengezet. 
De vroegere baas Jacques Nellens was als een broer voor me, maar het huidige bewind kan het geen moer schelen wat er in Knokke gebeurt. Zolang ze maar geld verdienen. Knokke verdient beter dan dat” vindt Knop.

Op zaterdag 24 september had in de Standaard Boekhandel in de Lippenslaan een meet & greet plaats, waar je de auteur in levende lijve kon ontmoeten.
Het was dan ook een succes, vele oude bekenden lieten niet na om de sympathieke auteur te komen groeten en een exemplaar van het boek “Ik herinner me” aan te kopen.
Het boek telt 148 bladzijden en kost 22,90 euro.
Onder de bezoekers kon men Johan Stollz, Louis De Pelsmaeker, Bogaert, oude eigenaar van Tam-Tam Freddy Lamote en vele andere opmerken.

Met dank aan Bart Huysentruyt - Het Laatste Nieuws

Knokke teert op mondain verleden

Privételefonist van de koning, journalist, recensent, schrijver van musicals, theaterstukken, filmscenario's en tv-producties, jurylid van internationale variété- en tv-wedstrijden en artistiek directeur van het Casino van Knokke. Staf Knop was het allemaal ! In zijn boek 'lk herinner me' blikt hij terug op zijn contacten met beroemdheden, het Casino en hotel La Réserve in Knokke. 
Het resultaat is in alle opzichten verkwikkend. 
Toen Staf Knop. die dit jaar 90 wordt, in 1986 een streep trok onder zijn Knokse Casino-carrière, smeet hij zich volledig op de literatuur. Met het indrukwekkende "Ik herinner me" als resultaat. 

Een boek dat bol staat van meesterlijke portretten van beroemdheden en gebeurtenissen die het gezicht van het mondaine Knokke en het Casino bepaald hebben.
,,Na de oorlog studeerde ik dramatische letterkunde. Als recensent zag ik over zowat heel Europa premières van theater, musicals en films. Zelf schreef ik meer dan dertig toneelstukken en musicals en drie scenario's voor langspeelfilms. Door de Knokke Cup en de Europabeker voor zangvoordracht kwam ik in contact met Gustaaf Nellens, de toenmalige eigenaar van het Knokse Casino en hotel La Réserve. In 1971 werd ik artistiek directeur van het Knokse Casino."

Stenen denken niet, mensen wel

Ik herinner me is een terugblik geworden op een tijd die nooit meer terug zal komen. 
,,In het boek laat ik uitschijnen waarom Knokke nooit meer Knokke zal zijn. 
Het probleem waarmee Knokke momenteel kampt, is dat het teert op een illuster mondain verleden", vertelt een ontspannen Staf Knop met dezelfde pretoogjes als waarmee hij jarenlang internationale sterren in zijn Casino verwelkomde. ,,Om Knokke zijn grandeur terug te geven, moet je geen nieuw casino bouwen, geen nieuw station of ziekenhuis ! Stenen denken niet, mensen wel"

Vroeger had Knokke aanzien bij de wereldsterren. Kijk maar welke beroemheden er hun opwachting in het Casino maakten. Wat daar allemaal gebeurde ! Al wie naam in de kunst had. was er ooit te gast.
Grote namen waren de aantrekkingskracht  waren de vergrotende trap ! Haal de beroemheden terug en tegelijk zullen ook de faam en de mondainiteit  terugkomen. Het tennistornooi afgelopen zomer met vedetten als Mc Enroe en Borg was een goeie aanzet."

Van Chevalier tot Rubinstein

In "Ik herinner me" laat Staf Knop zien dat hij veel meer is dan de harde criticus. Dat hij vooral een boeiend auteur is met op zijn visitekaartje handle with care !
,,Dé uitdaging was om leuke herinneringen, anekdoten en bespiegelingen in een verhaal te gieten. Mijn boek is autobiografisch. Noem het de stem van het geheugen. Ik vertel wat Brigitte Bardot me in het oor fluisterde tijdens een bedwelmende show. Jacques Brel en Toots Thielemans zijn voor mij veel meer dan beroemdheden op bezoek in Knokke. Het zijn twee jeugdvrienden met wie ik als jonge Ket potten ging pakken en uit eten ging in de Rue des Bouchers

,,Ik wijd een passage aan Maurice Chevalier, Momo verbleef jaarlijks minstens één week in Knokke en was een vaste Casino-gast. Ik laat de lezer getuige zijn van de kennismaking van Chevalier met Toon Hermans. Alhoewel de twee mekaars taal niet spraken. Hadden ze eindeloze bewondering voor mekaar en werden ze vrienden. 
Tino Rossi was zoveel meer dan een Latin lover. Hij was een fijne vent met een voorliefde voor gezellig tafelen en lekker eten. 
De verhalen verschillen hemelsbreed. Van acteurs en zangers, langs componisten tot pianisten. Zo krijgt Arthur Rubinstein, de Pools Amerikaanse pianist met een voorliefde voor Chopin en Spaanse muziek, een prominente plaats. 
Verder passeren onder andere Mireille Mathieu, Charles Trenet, Frank Sinatra, Gilbert Bécaud, Edith Piaf, Dalida, Claude François, Fernandel, Juliette Gréco, Line Renaud, Yves Montand, Georges Chakiris en vele anderen de revue. Ook de 'grootheden' van eigen Vlaamse bodem waren in Knokke graag geziene gasten en bijzonder geliefd.
Anton Peeters, die meer dan schitterend de Spaanse Brabander van Bredero vertolkte en bij ons nooit de erkenning kreeg die hij verdiende, kan je terugvinden. En Nand Buyl, de grootste Vlaamse acteur aller tijden, mocht ook niet ontbreken."

Charles Aznavour

Staf Knop mocht van het gezelschap van zoveel hoogst interessante mensen genieten. Toch torent er één boven de rest uit. ,,Charles Aznavour is niet alleen een uitzonderlijk groot talent. Fantastisch begaafd ! Hij is en blijft ook vooral een formidabele vent. Ondanks zijn weergaloos succes bleef hij altijd menselijk. Hij is klein van gestalte, maar heeft oh zo'n groot hart !"
Op de boekvoorstelling van "Ik herinner me" in het Boekenpodium in Antwerpen tekenden ook Staf Knops persoonlijke vrienden Rocco Granata en Luc Appermont present. 
Een gehand tekende uitgave van het boek kost 22,90 euro.
O 'lk herinner me' werd uitgegeven bij Different, telt 148 blz.

Staf Knop over de politiek.

Staf Knop is een fenomeen. 0p zijn negentigste is hij nog altijd een intellectueel die geen blad voor de mond neemt. Ook niet over de politiek.
Wanneer men de gezegende leeftijd van 90 jaar bereikt, maakt men onvermijdelijk vergelijkingen met het verleden. Als observator kan ik over de toekomst niet optimistisch zijn.
De cultuur is altijd de weerspiegeling geweest van het intellectuele peil van de samenleving. 
In Vlaanderen is dat niveau gezakt tot het punt zero. Een cadeau dat we te danken hebben aan het 'gure' klimaat van de Politiek.
Sinds de opsplitsing in 1980 is de afgrond tussen de twee culturen in dit land dieper geworden dan ooit. De weerslag laat zich alsmaar meer gevoelen. Dat kan en zal zowel cultureel als economisch zware gevolgen hebben. 
Een onafhankelijk Vlaanderen zou zowel voor België als voor Vlaanderen zelf de ondergang worden ! Dat men met de kennis van het verleden aan de toekomst bouwt... dat heb ik niet uitgevonden. 
In Vlaanderen is de geschiedenis echter waardeloos. geworden. Onbegrijpelijk ! België heeft de potentie om een van de rijkste Europese landen te zijn. 
De politiek negeert dat zuiver uit eigenbelang ! Geen enkel land telt meer regeringen en politici dan België. Ik ben en blijf enkel een observator en heb niks tegen personen. Ik zie alleen wat er gebeurt. 
Alle heisa omwille van BHV is je reinste onzin. In Brussel zijn we allemaal opgegroeid met Nederlands en Frans. Voor een echte Brusselaar is tweetaligheid doodnormaal."
,,In het economische Europa zoals dat in de jaren vijftig door Spaak werd voorgesteld, kon ik mij vinden. Met het huidige Europa hebben enkel en alleen de politici de hoofdvogel afgeschoten en hun eigenbelang veiliggesteld. Diegenen die uit hun eigen partij worden gestoten, kunnen nu op een plaatsje in Europa rekenen.
Met de Schengen-akkoorden en het openstellen van de grenzen vrees ik dat we barre tijden tegemoet gaan. De toenemende immigratie kan niet goed zijn. Niet hier en niet elders !"

Staf Knop over boeken schrijven

Staf Knop doet meer dan nu en dan eens een boek schrijven. Ik herinner me krijgt zo goed als zeker een opvolger.
,,In 1991 schreef ik mijn eerste vuistdikke boek. Ondertussen telt mijn oeuvre 14 boeken. 
Alle boeken zijn gebaseerd op mijn eigen belevenissen gestoffeerd met een vleugje fantasie. Bommen op Berlijn is bijvoorbeeld een verhaal uit de Tweede Wereldoorlog. De missie van Rudolf Hess is dan weer een sterk gedocumenteerd verhaal over hoe hij in 1941 op zijn eentje naar Engeland vloog om over vrede te onderhandelen. Helaas geraakte hij nooit persoonlijk tot bij Churchill.

Ik vermoed dat ik tot het einde van mijn leven zal schrijven. Ik ben nog altijd kritisch voor mezelf en corrigeer mezelf nog meer dan vroeger ! 
Mijn 14 boeken die nog op de plank liggen, oogstten lof van diegenen die ze mochten lezen. Ik ben er zeker van dat er voor de diverse onderwerpen grote belangstelling is. 
Als ik straks een kandidaat- uitgever op de kop kan tikken, ben ik een gelukkig man."

Met dank aan Dirk Meulders en de Krant van West-Vlaanderen

Kroonluchterhall

Het Casino Knokke is beroemd om zijn reusachtige kroonluchter, de grootste ter wereld, die dan ook is opgenomen in het “Guinness Book of Records”.
Deze kolos weegt ongeveer 7 ton, heeft een doormeter van 8,5 m en een hoogte van 7,5m. Elk jaar opnieuw kostzijn grote schoonmaak aan een ploeg van 10 mensen drie weken werk.
Op verzoek van wijlen Gustaaf Nellens werd deze kroonluchter ontworpen in 1952 door de Antwerpse architect Jozef Selis en speciaal voor het Casino Knokke in Murano (Venetië) vervaardigd.

Het licht van zowat 2.000 lampen en de schittering van duizende stukjes Venetiaans kristal geven een feeëriek uitzicht aan de hall. 

In het begin hing de luchter in de Magrittezaal, maar kwam daar niet helemaal tot zijn recht en belemmerde een beetje "Het Betoverend Domein" van René Magritte.
Daarom werd er beslist om hem te verplaatsen naar de hall, waar hij nu al jaren schittert boven de hoofden van de ontelbare gasten die een bezoek brengen aan de Knokse goktempel.

De hall, geheel in marmer, spiegelglas en vast tapijt, bevat twee ontvangsttrapportalen en een uitloper, genaamd de Keith Haringhall, naar het kunstwerk dat deze Amerikaanse artiest in juni ‘87 op de wand aanbracht.

Sinds mei 1983 siert ‘De Legendarische Reis” een monumentale wandschildering (13,6 x 4,40 m) van de beroemde Belgische surrealist Paul Delvaux, de oostkant van de bovenhall. Oorspronkelijk was het schilderij bestemd voor het Casino van Chaudfontaine, bij Luik.

Aan de westzijde van de bovenhall hangen 4 schilderijen van Roger Nellens. In het midden van de beneden hall staat een werk van Niki de Saint Phalle : “Adam & Eva”.

Casinozalen

De Gustave Nellenszalen.

Teneinde de cultuur op een concrete wijze te bevorderen - en hier dan meer bepaald de schilder- en beeldhouwkunst - werden drie aaneenpalende zalen volledig aan tentoonstellingen gewijd.
Elk jaar bracht de zomertentoonstelling werken van bekende artiesten. Verwijzen wij naar alle grote meesters van de hedendaagse kunst die reeds aan de beurt zijn geweest : Bernard Buffet, Picasso, Leonor Fini, Dorothea, Tanning, Miró, Masson, Paul Delvaux, Labisse, Chagall, Ossip Zadkine, César, Matisse, Balthus, Permeke, Max Ernst, Raoul Duffy, Salvador Dali, Magritte, Niki de Saint Phalle, Jean Tinguely, Keith Haring, Fernando Botero, George Segal, Leo Castelli’s Artists, Frank Stella, Nam June Paik, Thierry Poncelet, David Hamilton (fotografie), Jean-Michel Folon, Hartung.
De zalen doen nu echter dienst voor de slotmachines

De speelzaal.

In de gezellige “gaming-rooms” kunnen alle echte casinospelen worden beoefend. De Amerikaanse roulette, Blackjack, Stud Poker kunnen elke spelliefhebber leuk amusement bezorgen. 
De Speelzaal van het Casino biedt tevens de kans elf wandtapijten te bewonderen, vervaardigd te Aubusson en ontworpen door Jean Lurçat (1892-1966), de grote hervormer van de kunst en van de wandtapijten. Speciaal bestemd voor de Speelzaal van een Casino in een badstad, stellen deze tapijten figuren voor die tot twee voor de hand liggende thema’s kunnen herleid worden : de zee en het spel. 
De combinatie spel - kunst vinden wij tenslotte terug in de kristallen luchters die zeker niet mogen ontbreken in een dergelijke ruimte.

Bar-restaurant Mascotte

Bar-restaurant “MASCOTTE”, in de nabijheid van de speeltafels, biedt een waaier van mogelijkheiden op gebied van gastronomie : een uitgebreide kaart, smakelijke dagschotels en heerlijke suggesties van de chef. Zo is er wekelijks een zeevruchtenbuffet en ieder weekend een gatronomisch menu. Tevens kan u op weekdagen genieten van een wisselend drie-gangen menu.

De Feestzaal.

De Grote Feestzaal met haar veelzijdige technische inrichting laat de organisatie toe van shows, banketten en congressen.
Tijdens het hoogseizoen stelt het jaarlijks Belgisch Zomerfestival de vakantiegangers een waaier van culturele en artistieke manifestaties voor : toneel, balletten, concerten, films, recitals van internationale beroemdheden, music-hall en cabaretavonden. Sinds de opeenvolgende overnames van de casinoconcessie heeft de directie haar pijlen meer gericht op de speelzaal en de slotmachines, ten spijt van optredens van wereldsterren. De maximumcapaciteit van 850 personen speelt dan ook niet in het voordeel tegenover de huidige tendens van grote festivals.

De Magrittezaal.

Deze cirkelvormige, polyvalente zaal vindt haar naam in de monumentale fresco’s die haar wanden versieren en die het werk zijn van de beroemde Belgische surrealistiche kunstschilder René Magritte (1898-1967). De muurschildering, genaamd “Het Betoverd Domein”, verenigt het merendeel van de inspiratiebronnen van deze kunstenaar. Ze werd verwezenlijkt in 1953 op verzoek van wijlen Gustave Nellens. Deze zaal doet dienst als congres- en banketzaal. De zaal werd dan ook geklasseerd als beschermd monument en zal bij verbouwingen integraal in haar originaliteit behouden moeten worden.

De Vlaamse zaal.

Deze kleine zaal, voor verscheidene doeleinden geschikt, vindt haar naam in de typisch Vlaamse haard, ingebouwd in een houten beschot. De zaal wordt soms gebruikt als kleine speelzaal in momenten van relatieve kalmte of verbouwing of vernieuwing van de grote speelzaal.

Het Ambassadorssalon.

Zoals blijkt uit haar benaming, doet dit salon dienst als ontvangstzaal voor personaliteiten uit de kunst- en showwereld. Soms ook gebruikt als vergaderzaal.

 

Abonneren op RSS - Casinogeschiedenis