Bouw van het casino

In oktober 1929 starten de werken door aannemer Frans Desmidt (1882-1944), toenmalig burgemeester van Knokke. 
Het Casino wordt in een recordtempo gebouwd. De eerste steenlegging grijpt plaats op 25 januari 1930, in het bijzijn van vele officiëlen, meter mevr. Van der Meerschen, burgemeester Desmidt én de (inter)nationale pers. Een equipe van 120 werklieden moet ervoor zorgen dat alles klaar is tegen het zomerseizoen. In alle haast stort, door het te vroeg wegnemen van steunen, een gedeelte van het dak van de speelzaal neer. Niettemin volgt op 5 juli 1930 reeds de officiële opening van het "Casino-Kursaal te Knocke-Albertstrand" met een groot galaconcert onder leiding van Karel Candael.

Na het overlijden van Jozef Nellens wordt hij in 1934 opgevolgd door zijn zoon Gustave Nellens (1907-1971), doctor in de rechten. 
Onder zijn leiding komt het Casino tot bloei. In de jaren 1930 blijft het vier maand per jaar geopend, tijdens het zomerseizoen; de bezoekers verblijven vooral in hotels.
Het Casino is een mondaine aangelegenheid, met verplichte avondkledij, in de namiddag "thé-dansant", en 's avonds cabaret, opera, concerten en recitals. Alle toenmalige grote vedetten staan op het programma, o.m. Ray Ventura, Josephine Baker, Maurice Chevalier, Edith Piaf, Arthur Rubinstein, enz.

Directeur John Verhulst zorgt reeds in 1938 voor een eerste retrospectieve tentoonstelling met werk van de eind 19de-eeuwse z.g. "School van Knokke", rond de centrale figuur van Alfred Verwee.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog wordt de zeedijk van Knokke opgenomen in de z.g. Atlantikwall; het Casino wordt gedeeltelijk bezet en zwaar beschadigd door beschietingen. 
De Duitsers leggen beslag op de grote feestzaal voor "Kraft durch Freude", de ontspanning voor de Wehrmacht. In 1943 wordt het Casino gecamoufleerd als bunker met een houten kanon doorheen de centrale glaswand van de noordgevel. Nog andere glaspartijen sneuvelen doordat de bezetter op het strand alle aangespoelde zeemijnen doet springen. 
Ook bij de bevrijding door de Canadese troepen in 1944 loopt het gebouw schade op, namelijk aan de zuidgevel en het dak.